Antonius Antons ter Schmitten (11056) kwartier

Vader:     Anton Caspars ter Schmitten (16352)

Moeder:  Maria Diedericks Tack (16353)

     
Geboren:  1630 Kleef  
  kaart

 

 

Huwelijk: 17 mei 1657 Maria Vonck van Lienden [11057]
     
Kinderen:    
     
Zoon:  29 mrt 1658 Anton ter Schmitten [10923]
     
     
Zoon:  circa 1660 Wilhelm ter Schmitten [16400]
     
     
Zoon:  1661 Caspar ter Schmitten [16398]
     
     
Zoon:  1663 Johann ter Schmitten [16399]
     
     
Dochter: 1666 Maria ter Schmitten [16401]
     
     

 

Beroep:     Brandenburgs raad en richter te Buderich

 

 

Overleden:   (39 jaar oud)   12 feb 1669

 

   
19 feb 1704 uit: Streekarchivariaat noordwest - veluwe   Kopregest
  Wij Johan van Deventer, substituet van de heere m[eiste]r Balthasar Smessaert, schout Henrik van Wijkersloot, borg[e]m[eiste]r en Anthonij Beek, schepen der stadt Rheenen doen condt en certificeren mits desen, dat voor ons gecompareert is de heere Johan Vonck van Lienden, out borgem[eiste]r der stadt Rheenen, geassisteert met sijne meerderjarige dochter juff[e]r Sibilla Vonck van Lienden, te kennen gevende hoe dat hij comp[ara]nt voor sijn selven, als wegen de heere Dirk Vonck van Lienden, in sijn leven capiteijn mitsgaders juff[e]r Maria Vonck van Lienden, wed[uwe] ter Snulte woonende tot Wesel als mede erfsgen[ame] van de h[eer]e Dirk Vonck van Lienden, in sijn leven raet ter Admiraliteijt mistg[aders] ook als mede erfge[name] van de h[ee]r borg[e]m[eiste]r Johan Vonck van Lienden haeren vader en grootvader schuldig waeren in sekere vestenis brief van driduijsent acht gulde, den 10 april 1637 voor de here dijkgraef en hoge heemraeden van de Marse ten behoeven van de heere prebenden van de Horst gepasseert ende waervan den hoog ed[el] welgeb[oren] here Reijnout baron van Rede heere van Lievendael etc[etera] jegenwoordigh possessuer etc[etera] een somme van negenhondert twe guld[en] acht st[uvers].
Dat sijne exel[entie] den here grave van Athlone in qualite[it] als vader en voogt van den boven g[e]m[e]lt[e] here van Lievendael, van hem comp[aran]t in v[er]win hadde genomen seker recht van besatinge ter so[mm]e van vijfhondert g[u]l[den] als den comp[ara]nt hadde geoptineert op 4 mergen lant gelegen in de Marse genaemt het Duijvels Lant competeerende sijn comp[ara]nt gemelte broeder de heere Dirk Vonck van Lienden in sijn leven cap[i]t[eijn] breder de briven daervan sijnde in dato den 22 julij 1702 o[ver] sullix aen het voors[chreven] capitael noch resteerde vierhondert twe g[u]l[den] acht st[uvers] mitg[ade]rs de renten van de gehele som[ma] van negenhondert twe g[u]l[den] acht st[uvers] tot tweehondert twe envijftigh g[u]l[den] en alsulx samen zeshondert twe envijfigh g[u]l[den] acht st[uver] in exstinte van welke so[mm]e hij comp[ara]nt boven de gemelte so[mm]e van vijfhondert g[u]l[den] bij desen noch bekende schuld[igh]t te sijn aen de here prebendenten van de Horst ofte wel de here posse[suer] van den Maeresse van vijfhondert g[u]l[den] waervan hij here comp[ara]nt belooft te betaelen een jaerl[ickse] renten van vijfen twintigh g[u]l[den] sijn[de] vijf percento dog binnen 3 maende betalende na ijder v[er]schijndag te sulle moge volstaen met vier en een half p[e]rcento sijnde twe en twintich g[u]l[den] tien st[uver] vrijgelts sonder enige kortinge op den huijse van Amerongen ofte waer het anders thuijs behoert waervan het eerste jaer renten sal v[er]schenen sijn na de loop vande oude oblig[a]t[ie] oploiss 1704 aenstaende en[de] soo voort jaerl[ix] en[de] alle jaer tot de volkom[men] afflossinge toe die tallen tijden tot v[er]maninge sal mogen en ook moeten geschiden met geen vijfhondert g[u]l[den] ten enemael teffens met de v[er]schene en onbetaelde renten van dien, stellende hij comp[ara]nt voer een hondertenvijftig g[u]l[den] in mindering vant voorn[oemde] capitael en[de] onbetaelde renten van dien tot een special hijpotecq en onderpant sekere huijsinge en erve mette schuer staende alhier tot Rheenen in de Lange Heerestraat daer oostw[er]t de comp[ara]nts selfs en de erfgen[amen] van Cornelis Huijberz van Bouhorst mitsg[ade]rs de Muntstraet, suijtw[ert] de voors[creven] Herestraet, westw[ert] Cornelis Janse van Bruijnsweert ende noerw[ert] de here Sudicus Kleerkoste wie allomme naest gelege[n] soude mogen sijn, jegenwoordig bij den heer comp[ara]nt bewoont wordende renuntierende hij comp[ara]nt soo ten aensien van de renten als capitael van de exceptie van misrekening en herrekening en alle bedenkelijke uijtvluchten deser ter contrarie met wijdere v[er]bintenisse van sijns comparants persoon en vordere goederen roerende en onroerende deselve submitterende de judicature van den ed[ele] Hove van Uijtrecht en de ed[ele] gerechte alhier ende alle anderen heren hoven rechteren en[de] gerechte. Ende is de here comp[ara]nt op sijn v[er]soek intgeene voorschreven gecondemneert en het voorschreven special als generael hijpoteecq daer voor selvert santbaer en executabel des 't oirconde is des bij ons besegelt dat bij den provisionelen secreets geteeckent den 19 februarij 1704.
get. onleesbaar
Zegel.
In de linkerbovenhoek is een stempelafdruk zichtbaar. Het bevat een gevierendeeld schild met in III. een leeuw en in IV. een kruis.
Aan de linkerzijde zijn de letters "...SEG..." herkenbaar.
Onder deze afdruk staat geschreven; "Utrecht".
Onderaan de acte zijn drie zegels bevestigd in rode was, allen met een diameter van ca. 40 mm
1. Een schild waarop een keper met daarop in de hoeken een zespuntige ster, Boven het schild een helm met wrong; als helmteken een ster in een vlucht. Randschrift: ".. VAN DEVENTER..".
2. Betreft een fragment waarop in de rechterbovenhoek van het schild een lelie herkenbaar is.
3. Betreft een fragment.
Afmeting acte: breedte 384 x lengte 274 mm.
   
22 feb 1704 uit: Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe    Kopregest
  Wij Balthasar Smissaert, richter der heerlickheijt van de Marsch wegens d'ed[ele] mog[ende] heeren Staten 'slandts van Utrecht en Gerard van Zwoll, gesubstitueerde van welgeb[oren] heer Johan Fredrick van Brakel tot Karmesteijn, richter der voors[eide] heerlickheijt wegens 'd ed[ele] mog[ende] heeren Staten des vorstendombs Gelre en graeffschap Zutphen, doen kond hier mede dat voor ons en schepenen naeben[oem]t gecompareert en erschenen sijn de heere Johan Vonck van Lienden, out borgerm[eiste]r der stadt Rhenen geassisteert met sijne mundige dochter jofrouw Sibilla Vonck van Lienden te kenne gevende, hoe dat hij comparant soo voor hem selven als wegens sijnen broeder de heer Dirck Vonck van Lienden in sijn leven capit[eij]n, mitsgaders sijn ed[ele] suster joffrou Maria Vonck van Lienden, wed[uwe] ter Smitten wonende tot Wesell als mede erfgen[aam] van de heere Dirck Vonck van Lienden, in sijn leven raedt ter Admiraliteijt tot Hoorn, mitsg[aders] als mede erfgen[aam] van de heere borgem[eiste]r Johan Vonck van Lienden sijnen vader en grootvader resp[ectiv]e schuldigh waren in seeckere vestenis brieff van drie duijsent en acht gulden den 10 april 1637 voor dijckgraeff en heijmraden van de heerl[ickheij]t Marsch ten behoeve vande heeren prebendaten van der Horst gepasseert en waervan den hooghed[ele] welgeb[oren] heere Reijnout, baron van Rhede, heere van Lievendaell iegenwoordig possesseur is, een somme van negenhondert twee gulden acht st[uve]r, dat sijn ex[cellen]tie den heere grave van Athlone in q[ualiteit] als vader en vooght van gemelte heer van Lievendaell van hem comparant in verwin hadde genomen seecker recht van besatingh[e], ter somme van vijfhondert gulden als den comparant hadde geobtineert op vier mergen lants gelegen in de voorss[eide] heerlickheijt genaempt Duijvelslandt competerende gemelten sijnen broeder de heere Dirck Vonck van Lienden breder de brieven daer van sijnde in dato den 22 julij 1702 oversulcx aen het voors[eide] capitael nogh resteerde vierhondert twee gulden acht st[uver], mitsgaders de renten van de geheele somme van negenhondert twee gulden acht st[uver] tot tweehondert tweenvijftigh gulden en alzulcx te samen seshondert tweenvijftigh gulden acht st[uve]r in extinctie van welcke somme hij comparant boven gemelte somme van vijffhondert gulden bij desen nogh bekende wel en deughdelick schuldigh te sijn aen de heeren prebendaten van der Horst off wel den heere possesseur van dien, maer een somme van vijfhondert gulden, waer van hij comparant beloofde te betalen een jaerlicxe losrente van vijfentwintigh gulden sijnde vijf percento, dogh binnen drie maenden naer ijder verschijnsdagh betalende te sullen mogen volstaen met vier en een halff per cent sijnde tweentwintigh gulden tien st[uve]r vrijgelt sonder eenige kortinge op den huijse Amerongen ofte daer het anders nae desen soude mogen bestaen, waer van het eerste jaer renten verschenen sal wesen, nae de loop vande oude obligatie op Corssemis deses jaers XVII hondert en vier en soo voorts jaerlicx en alle jaer tot de effectuele aflossinge toe die ten allen tijden sal mogen en oock moeten geschieden met gelijcke vijfhondert gulden ten eenemael, teffens met de verschenen en onbetaelde renten van dien stellende hij comparant voor driehonderten vijftigh gulden in minderinge vant voors[eide] capitaell en d'onbetaelde renten van dien tot een speciael hijpoteecq en onderpandt seeckere twee mergen bouwlant ruijm maet gelegen boven in dese heerlickheijt Marsche daer oostwaert d'erfgen[amen] van mevrouwe Vande Velde met d'anderhalve mergen, zuijdwaert deselve met de lange ackers, westwaert de kinderen van den heere comparant met haerl[uiden] acht hont boulant en noordwaerts de Marschdijck naest en[de] allomme gelant sijn iegenwoordigh gebruijckt wordende bij Jan Cornelis[oon] van Ochten, renuncieren[de] hij comparant soe ten aensien vande renten als capitael vande exceptien van inssreeckeninge en herreeckeninge en alle bedenckelicke uijtvluchten desen ter contrarie met wijder v[er]bintenisse van sijns comparants persoon en vordere goederen roerende en onroerende deselve submitterende neffens 't voorss[eide] onderpandt de judicatuere van de resp[ectiv]e Hoven van Gelderlandt en Utrecht mitsgaders 'trecht van coopbiedingh en alle andere heeren hoven rechteren en gerichten sonder onderscheijt, en is den comparant int geene voorss[eid] is op sijn versoeck gecondemneert en het voorss[eide] speciael en generael hijpoteecq daer voor verklaert executabell. Actum voor schepenen Adriaen van Wijck en Gijsbert van Klinckenbergh, de welcke desen neffens ons hebben besegelt op den 22 februarij XVII hondert en vier.
In kennisse van mij, D. v. Rossendaell. 1704.
Marge. hier van den 80e penn[ing] betaelt met veyr gulden seven st[uver] acht penn[ingen] den 22e febr[uari] 1704.
D. v. Rossendaell. 1704 secret[aris].
Zegel.
Aanwezig zijn vier zegelstaarten, waarvan drie zijn voorzien van een zegel in rode was.
1. Alleen zegelstaart.
2. Bestaat uit schild, helm, helmteken en dekkleden. Het schild is voorzien van twee onder elkaar geplaatste ankerkruisen, waarvan de verticale armen verkort zijn. Het helmteken is niet te herkennen. Diameter 45 mm.
3. Dit zegel is onduidelijk. Mogelijk is het schild gevierendeeld. Diameter 40 mm.
4. In het schildhoofd staan vermoedelijk twee vogels, terwijl van het helmteken vleugels of een vlucht herkenbaar zijn.  Diameter 40 mm.  Afmeting acte: breedte 365 x lengte 250 mm.
   
 

 

@

Home

de Nerée

 

 

 

 

back / terug

26304
Peter ter Schmitten [16358]
circa 1490 -
26306

26308

26310

26312

26314

26316

26318

26305

26307

26309

26311

26313

26315

26317

26319

               
13152
Anthonius Peters ter Schmitten [16356]
1516 - 15 jul 1579
13153
Johanna van Baren [16357]
circa 1530 -
13154

13155

13156

13157

13158

13159

x
6576
Caspar Anthonissen ter Schmitten [16354]
1550 - 11 apr 1626
6577
Margaretha von Sals [16355]
circa 1550 - 30 sep 1580
6578
Diederick Tack [16385]
circa 1560 -
6579
Aaltje Bartels [16386]
circa 1565 -
x 6 dec 1575
x
3288
Anton Caspars ter Schmitten [16352]
30 dec 1579 - 31 dec 1660
3289
Maria Diedericks Tack [16353]
circa 1585 - circa 1646
x
1644
Antonius Antons ter Schmitten [11056]
1630 - 12 feb 1669